Ik werd wakker. Het was half negen. 'Mooie tijd om eruit te gaan', dacht ik nog. Toen viel ik weer in slaap. Ik werd weer wakker.
'Hoi, hoe is het met je?' Man stak zijn hoofd om de deur. Ik knipperde met mijn ogen.
'Goed, geloof ik.' Ik knipperde met mijn ogen. Hij knikte naar me.
'Het is ook al elf uur.'
Ik draaide me nog eens om. 'Elf uur? Net was het nog half negen!' Geluiden van beneden begonnen tot me door te dringen. Gebonk en gebons. M. die moest lachen. Vallend speelgoed. Een huilende J.
'Hoe gaat het met de kinderen?' vroeg ik slaperig.
Man lachte zachtjes. 'Precies zoals je kunt horen.'
Ik lachte terug.
Ik wist dat hij nu van me verwachtte dat ik mijn bed uitkwam. Maar ik zag er tegenop om me in de chaos beneden te wagen. Drie kinderen die allemaal wel iets doen wat niet mag. Die alledrie herrie maken, vallen en huilen. Die allemaal wel iets van me zullen verlangen. Ik draaide me nog eens om en Man kwam naast me zitten. Hij streelde mijn wang met xe9xe9n vinger.
'Fijn dat je je weer wat beter voelt.'
Ik knikte en vroeg me af of ik me xe9cht beter voelde.
'Ik ben zo ontzettend moe.' ging hij door. Ik keek hem aan, dat snapte ik wel.
'Je hebt het ook druk gehad deze week, met je zieke vrouw.'
Een zucht. Toen ging hij liggen.
'Misschien moet jij even een uurtje gaan slapen.' stelde ik voor. 'Dan zorg ik wel voor de kinderen.' Het klonk dapperder dan ik me voelde, nog niet helemaal zeker of de griep echt weg was. Hij zuchtte weer.
'Dat zou misschien wel een goed idee zijn.'
Ik glipte uit bed, zocht wat kleding bij elkaar. Er viel weer iets beneden. xc9xe9n van de kinderen schreeuwde en daarna was het weer stil. Niets belangrijks dus, want dan waren ze me wel komen roepen. Met een bundeltje kleren in mijn handen wilde ik de slaapkamer uitlopen.
'De kinderen moeten een beetje op tijd naar bed, dan kunnen we vanmiddag nog wat doen.' zei Man nog slaperig vanonder de dekens. Ik beloofde dat ik dat zou doen. Ik was weer beter en morgen zou ik die laatste zin weer uitspreken. Want zo hoort het eigenlijk.